Skip to article frontmatterSkip to article content
Site not loading correctly?

This may be due to an incorrect BASE_URL configuration. See the MyST Documentation for reference.

Bepaling van warmtecapaciteit van een onbekend materiaal

Introductie

Onbekende materialen kunnen geïdentificeerd worden door hun eigenschappen te meten. Een van deze eigenschappen is de warmtecapaciteit. In dit practicum gaan we de warmtecapaciteit van een onbekend materiaal bepalen door middel van een calorimeter experiment. Daarbij wordt een bepaalde massa van het materiaal naar een bekende temperatuur gebracht waarna het in een bekende hoeveelheid water met bekende temperatuur wordt geplaatst. Door de temperatuur van het water te meten na het mengen kan de warmtecapaciteit van het onbekende materiaal worden berekend.

Theorie

De soortelijke warmte cc van een materiaal is gedefinieerd als de hoeveelheid warmte QQ die nodig is om de temperatuur TT van een kilogram van het materiaal met één graad Celsius (of één Kelvin) te verhogen:

c=QmΔTc = \frac{Q}{m \Delta T}

Waarbij QQ de hoeveelheid warmte in Joules is, mm de massa in kilogram is en ΔT\Delta T de verandering in temperatuur is. Gegeven de wet van Black, die stelt dat de totale hoeveelheid warmte in een geïsoleerd systeem constant blijft, kunnen we de warmte die het onbekende materiaal verliest gelijkstellen aan de warmte die het water opneemt:

Qmateriaal=QwaterQ_{materiaal} = -Q_{water}

wanneer we de massa’s en de begintemperaturen van beide systemen kennen, maar slechts een van de twee soortelijke warmtes, kunnen we de onbekende soortelijke warmte berekenen. We combineren vergelijkingen (1) en (2) om de volgende vergelijking te krijgen:

Te=cwmwTw,b+cmmmTm,bcwmw+cmmmT_e = \frac{c_w m_w T_{w,b}+c_m m_m T_{m,b}}{c_w m_w + c_m m_m}

Waarbij de subscripts bb en ee respectievelijk staan voor begintoestand en eindtoestand, ww voor water en mm voor het onbekende materiaal.

Bij metingen aan verschillende massa’s van het onbekende materiaal en vervolgens een least square fit aan bovenstaande vergelijking kunnen we een precieze waarde voor de soortelijke warmte van het onbekende materiaal bepalen. Dat is, wanneer de warmtecapaciteit van bijvoorbeeld de beker te verwaarlozen is.

Methode en materialen

Ontwerp

De bovenstaande theorie wordt gebruikt om de soortelijke warmte van een onbekend materiaal te bepalen. Het experiment bestaat uit het verwarmen van verschillende massa’s van het onbekende materiaal tot een bekende temperatuur, waarna het in een bekende hoeveelheid water met bekende temperatuur wordt geplaats. Door de temperatuur van het water te meten na het mengen kan de warmtecapaciteit van het onbekende materiaal worden berekend. Om de tijd voor het meten van meerdere materialen te reduceren, worden de data van de verschillende groepen in het lokaal samengevoegd. Van tevoren is afgesproken welke massa’s door welke groep worden gemeten, en hoeveel water er gebruikt wordt.

Materialen

Hieronder staat de lijst van benodigde materialen bij deze proef:

  • Calorimeter

  • Thermometer of temperatuursensor

  • Verwarmingsbron

  • Diverse massablokjes van onbekend materiaal

  • Weegschaal

  • Water

  • Maatcilinder of maatbeker

Een schematische weergave van de opstelling

Figure 1:Een schematische weergave van de opstelling

Procedure

Bespreek wie welke massa’s van het onbekende materiaal gaat meten. Bespreek ook hoeveel water er gebruikt gaat worden. Bepaal de begintemperaturen. Hevel het aantal afgesproken massa’s in de maatbeker. Roer voorzicht zodat de temperatuur homogeen is. Noteer de hoogste gemeten temperatuur, dit is TeT_e. Wissel de metingen uit met de andere groepen en voer de data-analyse uit.

Resultaten

import numpy as np
import matplotlib.pyplot as plt
from scipy.optimize import curve_fit
#7 metingen

#totale massa per meeting
m_b = np.array([49.5,100.2,150.0,199.6,249.9,299.2,348.9]) * 1e-3 #kg

#massa van het waater
V_w = 0.2 #L
dichtheid_w = 997 #kg/m^2
m_w = np.array([dichtheid_w * (V_w *1e-3)] * 7)

#soortelijke warmte waater
c_w = 4168 #J/kg K

#temperatuuren
#water begin
T_wb = np.array([18.5,19.2,19.6,19.8,18.8,19.5,19.6])
#blokje begin
T_Bb = np.array([63.7] * 7)
#water en blokjes eind
T_e  = np.array([19.9,21.7,23.1,24.1,24.2,25.5,26.3])
Source
def f(m_b, c_b):
    #func voor T eind
    global c_w, m_w, T_wb, T_Bb
    return (c_w * m_w * T_wb + c_b * m_b * T_Bb)/(c_w * m_w + c_b * m_b)

def curve_fit_function(m_b, T_e):
    #Er word gefit voor c_blokje
    popt, pcov = curve_fit(f, m_b, T_e)
    c_b = popt[0]
    u_c_b = np.sqrt(np.diag(pcov))[0]
    print(f"c = {c_b} ± {u_c_b}")
    return c_b, u_c_b


c_b, u_c_b = curve_fit_function(m_b, T_e)

y = f(m_b, c_b)

# Maken van de grafiek
plt.figure()
plt.xlabel('$m$ (kg)')
plt.ylabel('$End$ $temperatuur (T_e)$ (kg)')

plt.plot(m_b,T_e - T_wb,'k.')
plt.plot(m_b, y - T_wb, "--")

plt.savefig("figures/Warmtecapaciteit1.png", dpi=450)
plt.grid()
plt.show()


Output
c = 445.75212241568926 ± 8.371088050853855
<Figure size 640x480 with 1 Axes>
Hier is het onderschrift van de figuur.

Figure 2:Hier is het onderschrift van de figuur.

Fig_1 De eindtemperatuur van de verwarmde massa’s en water geplot tegen het aantal massa’s

Discussie en conclusie

Hier een korte discussie en conclusie over de resultaten van het experiment en de implicaties daarvan.

c_staal = 0.47
c_blokje = c_b * 1e-3

verschil = c_staal - c_blokje

strijdigheid = verschil / (u_c_b * 1e-3)
print(strijdigheid)
2.896621972795686
Cblokje=(0.446±0.008)KJkgKC_{blokje} = (0.446 \pm 0.008) \frac{KJ}{kgK}

Het metaal wat hierbij het dichts bij komt is staal met een warmtecapaciteit van Cstaal=0.47KJkgKC_{staal} = 0.47\frac{KJ}{kgK}

Deze waardes zijn echter strijdig omdat er 2.9x de onzekerheid van C_blokje tussen ligt. Dit kan komen door de volgende redenen.

  1. Een deel van de warmte wordt overgedragen aan de omgeving waardoor het geen linear verband is (dit is te zien in fig_1)

  2. de onzekerheden in temperatuuren van het water en de bolkjes zijn niet megenomen in de analyse.

Dit proces kan worden verbeterd door een betergeisoleerde opstelling te gebruiken. en door bij het meten een schatting te doen van de onzekerheden van de temperatuuren.